‘De wereld is niet langer plat’

Pascal Lamy | Oud-topman WTO Andere eisen aan veiligheid, kwaliteit en milieu leiden vaker tot handelsbarrières. Ook door corona zullen landen hun bevolking beter willen beschermen, ziet de Franse oud-WTO-topman Pascal Lamy.

‘De coronacrisis zal niet leiden tot deglobalisering, zoals sommigen zeggen. De wereldhandel krijgt een enorme knauw door de crisis, maar zal weer opleven. De globalisering blijft. Wat wel verandert, is de structuur ervan. Vroeger probeerden we bedrijven te beschermen tegen buitenlandse concurrenten door protectionisme: tarieven heffen. Nu krijgen we meer te maken met het zogeheten precautionism: we gaan onze burgers en consumenten bij voorbaat beschermen tegen mogelijke risico’s.”

Pascal Lamy, voormalig directeur-generaal van de Pascal Lamy, voormalig directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en oud-Eurocommissaris voor Handel, zit al weken vast op het Normandische platteland. Hij gebruikt die tijd om digitaal met mensen over de hele wereld te discussiëren over de internationale handel – zijn specialisme – na Covid-19.

Protectionisme blijft een risico voor vrijhandel,” zegt Lamy tijdens een gesprek via WhatsApp. Hij draagt een oranje capuchontrui. „Dat zie je aan de houding van de Verenigde Staten. Maar over het algemeen zijn importtarieven veel lager dan vijftig jaar geleden. Toen waren ze gemiddeld 30 procent, nu nog maar 5 procent. De barrières zijn tegenwoordig vaak anders van aard: ze dienen niet om buitenlandse concurrenten te weren maar om burgers te beschermen.”

Heeft u een voorbeeld?

Als je je bedrijven beschermt tegen buitenlandse concurrentie, doe je dat niet omdat buitenlandse producten niet goed zijn. Een fiets is een fiets, overal ter wereld. Die heeft een stuur, wielen, enzovoort. In die zin is de wereld plat: iedereen hanteert dezelfde definitie. Na de Tweede Wereldoorlog had iedereen torenhoge tarieven. Vervolgens gingen landen onderhandelen. Jij exporteert schroot, een ander wielen. Die ruil je tegen elkaar uit. Allebei zak je dan met je tarieven. Zo ging het decennialang. Tarieven zakten steeds verder. Op die manier ruimden we de grootste obstakels in de wereldhandel uit de weg.

„De obstakels die we nu steeds vaker zien, komen uit een heel andere hoek: veiligheids- en kwaliteitseisen voor voedsel, speelgoed en auto’s, milieuvoorschriften, verboden op bepaalde pesticiden. Dat zijn voorzorgsmaatregelen. Als ik rozen naar jouw land wil exporteren, moet ik aan allerlei sanitaire maatregelen voldoen.

„Dat betekent dat de wereld niet langer plat is. Een goede roos in één land is niet hetzelfde als een goede roos in een ander land. Dit soort obstakels bestond al langer. Bij de WTO hielden we ze scherp in de gaten: het kon verkapt protectionisme zijn.”

Omdat buitenlandse concurrenten dan jouw markt niet meer op konden?

„Ja. Nu zien we steeds meer precautionisme. Dat bemoeilijkt de wereldhandel. Over tarieven kun je makkelijker onderhandelen dan over gezondheidsnormen of de eisen die je aan een architect stelt.”

Waarom?

„Omdat die dingen met risico’s te maken hebben. Wat voor de één een risico is, is dat voor de ander niet. Risico’s zijn heterogeen. Wat een risico is, wordt bepaald door mentale processen. Door dromen en nachtmerries. Het gaat om goed versus kwaad. Het raakt aan cultuur, filosofie, geruchten en metafysica. Het heeft ook te maken met welvaart en de vergrijzing van de samenleving. Hoe rijker je bent, en hoe ouder, hoe voorzichtiger je wordt en hoe minder risico’s je neemt. ”

Over risico’s sluit je, kortom, geen compromissen?

„Jawel, maar die deals komen anders tot stand. Protectionisme bestrijd je door met alle partijen omlaag te gaan. Je verlaagt samen met je handelspartners tarieven. Met precautionisme gaat het omgekeerd: alle partijen gaan omhoog.”

Waarom?

„Je kunt niet tegen een land zeggen: verlaag de standaarden voor voedselveiligheid en ga goedkoper voedsel importeren. Dat kan niet, want dan brengt het zijn burgers in gevaar. Die accepteren dat niet. Je kunt wél tegen het andere land zeggen: waarom verhogen jullie de standaarden niet ook? Zo haal je barrières weg door je wetgeving te harmoniseren.”

Zo werkt het toch op de Europese markt?

„Ja. En een van de belangrijkste momenten was de uitspraak van het Europese Hof in de Cassis de Dijon-zaak in 1979. Een Duits bedrijf wilde Franse cassis importeren. Dat mocht, maar hij mocht het drankje niet verkopen, omdat een Duitse wet de verkoop van fruitlikeur met zo weinig alcohol erin verbood. Toen zei de rechter in Luxemburg: wat goed is voor de Fransen is ook goed voor de Duitsers. Grenzen voor Europees bier slaan ook nergens op.

„Dat was een heel politieke uitspraak, want daarmee zei de rechter in feite: wij zijn allemaal een beetje hetzelfde en dus hebben we dezelfde standaarden en kunnen we elkaars wetgeving vertrouwen. Tussen Zweden of Bangladesh is zoiets onmogelijk. Of tussen Angola en Mexico. Die denken anders over voedsel, over gezondheid van dieren, enzovoort.”

Heeft de financiële crisis in 2008 dit precautionisme versterkt?

„Dat denk ik niet. 2008 was een klassieke schok voor de wereldhandel. Een typische U-curve: eerst steil naar beneden, dan weer omhoog. Verder is er weinig veranderd.

„De coronacrisis is heviger en gaat productielijnen wel veranderen. Landen willen hun bevolking beschermen en zullen als voorzorg wetgeving introduceren, niet alleen voor de gezondheid maar ook om kwetsbare productielijnen te verstevigen voor bepaalde essentiële producten.”

Zodat ze altijd medicijnen of mondkapjes hebben?

„Ja. Alles draait nu om resilience, weerbaarheid. Gisteren zei de econoom Alan Kirman in een videoconferentie: ‘In de wereldhandel werden productielijnen ingericht volgens het principe just in time. Dat wordt nu: just in case.’ Dat is het precies. Wat jou vooral drijft, is niet meer buitenlandse concurrenten van je markt weren maar je mensen beschermen.”

U zegt: precautionisme was er al. Heeft u een voorbeeld?

„De Europese Unie en de VS probeerden een handelsakkoord te sluiten, een paar jaar geleden. Dat flopte. Waarom? Omdat beide kanten niet helder waren over wat hun doel was: precautionisme op één lijn brengen.

„De EU wil geen hormoonvlees of chloorkippen uit Amerika. De Amerikanen hadden van tevoren kunnen weten dat Brussel daar niet vanaf zou stappen. En de VS hadden hun aanbestedingsprocedures nooit opengegooid voor Europese bedrijven, waar de Europeanen op hoopten.”

Handelsakkoorden sluiten wordt dus moeilijker.

„Ja. Bij protectionisme beheerst degene die géén protectie heeft het spel, oftewel degene met de laagste tarieven. Bij precautionisme is het andersom: degene met het hoogste niveau is master of the game.

„Niemand gaat naar de EU en zegt: jullie moeten je wetgeving tegen pesticiden minder streng maken, dan kunnen we een deal sluiten. De EU buigt niet. Zo’n deal komt er alleen als anderen hun wetgeving even streng maken als de EU.”

Dat werkt toch alleen omdat de EU groot is?

„Ja, niemand zegt tegen Panama: jullie moeten de wet op pesticiden versoepelen. Dat heeft ook met de kosten te maken. Die zijn bij precautionisme vaak beduidend hoger dan bij protectionisme.

„Laten we bij de bloemen blijven. Als een bedrijf uit Rwanda bloemen in Amerika wil verkopen, moet het niet alleen allerlei procedures volgen, maar moet het dat ook met certificaten bewijzen. Een certificaat kost 25.000 dollar [22.800 euro] per jaar. Je moet juristen inschakelen, adviseurs die je door de procedure loodsen. Bedrijven die Europa in willen, hebben hetzelfde. Precautionisme verhoogt de kosten van een product dat van buiten komt met ongeveer 15 procent. Bij protectionisme zijn die kosten veel lager: het gemiddelde importtarief is nog maar 5 procent.”

Die 15 procent heb je er dus alleen voor over als je een grote markt op wilt, zoals de EU?

„Ja. Anders wegen de kosten natuurlijk niet op tegen de baten.”

Is dit het ‘Brussel-effect’ waar de Amerikaanse hoogleraar Bradford net een boek over schreef?

„De Europeanen zijn, met de Amerikanen, de meesters van het precautionisme. Omdat de EU gezamenlijk, als blok, beleid maakt voor het milieu, consumentenbescherming en het klimaat, maken bedrijven over de hele wereld hun producten volgens Europese regels. Als Europese landen het afzonderlijk zouden doen, zou dit niet gebeuren.

„Voor ontwikkelingslanden is het natuurlijk minder leuk. Die bloemen in Rwanda worden al jaren volgens Europese regels gekweekt. Kippen uit Brazilië ook. Dat is al 25 jaar zo. Rwandezen en Brazilianen controleren ter plekke of alles wel volgens Europese regels gebeurt. Waar producenten in deze landen moeite mee hebben, is dat Europa, Amerika, Japan en China verschillende regels hanteren. Het zou hen helpen als die giganten hun regels zouden harmoniseren.”

Dat wordt lastig. De VS en China willen allebei wereldwijd productstandaarden dicteren.

„Ja, en als gevolg daarvan kan de wereldhandel trager gaan lopen. De coronacrisis maakt het er niet beter op. Niet alleen omdat het virus de rivaliteit tussen VS en China verhevigt, maar ook omdat geen enkel land na zo’n grote gezondheidscrisis zal besluiten om zijn sanitaire en consumentenregels te versoepelen.

„Het handelsbeleid van de EU wordt eerder méér precautionistisch dan minder. Ik las net dat Frankrijk en Nederland samen pleiten voor strengere milieu-eisen en een carbon border adjustment mechanism [een importheffing op basis van de CO2-voetafdruk van een product] bij handelsakkoorden. Als je me een paar jaar geleden had gezegd dat Parijs en Den Haag zoiets samen zouden doen, had ik gedacht dat je iets geks had zitten roken. Hoe dan ook, het is een heel interessant signaal.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/10/de-wereld-is-niet-langer-plat-a3999298